OCR:ed block content:
Internationale Sleepdienst Maatschappij (Interna-
tional Tug Company), te Rotterdam. Opgericht 26 Maart
1900. Duur: onbepaald. Doel: De exploitatie van vaartuigen,
het sleepen of vervoeren van drijvend materiaal, het vervoeren van
goederen, een en ander zoowel in Nederland als in het buitenland, hetzij
voor eigen rekening, hetzij voor rekening van derden, benevens het ver-
richten van bergingswerk, enz. De mij. mag deelnemen in- en steun ver-
leenen aan soortgelijke ondernemingen. Zij kan assurantie risico loopen,
zoowel op eigen schepen, materiaal en sleepen als op zulke, aan
andere toebehoorende. In 1900 begonnen met 7 havensleepbooten,
waarvan de sterkste een machinevermogen van 200 I.P.K. bezat, be-
schikte de maatschappij ulto November 1933 over 33 sleepbooten, waarvan
10 zeesleepbooten en 23 havensleepbooten, met een vermogen varieerende
van 1500 tot 100 I. P. K. Van de zeesleepbooten zijn er 9 grooter dan
100 Br. R. Ton, welke resp. in 1907, 1908, 1910, 1919, 1920 (2), 1921, 1926 en
1931 zijn gebouwd. Op 14 April 1922 werd besloten tot een belangenge-
meen sch ap met L. Smit & Co's Sleepdienst. Deze combinatie nam over :
de Dirkzwager's Nieuwe Bergings Mpij. te Maassluis en exploiteert sedert
1 Mei 1923 onder den naam van L. Smit & Co.'s Intern. Sleepdienst de beide
bedrijven van L. Smit & Co.'s Sleepdienst en van de Internationale Sleep-
dienst Maatschappij. De combinatie heeft een bergingsstation te Queens-
town (Ierland) en vestigde begin Oct. 1927 een nieuw station te St. Johns
(New Foundland). In 1929/30 verwierf de mpij. in van der Tak's bergings-
bedrijf een deelname tot een bedrag van f 310.000. Op 14 Jan. 1924 werd
tot reorganisatie der I. S. Mij. besloten, waarbij 80 pct. of
f 400.000 op het geplaatst kapitaal ad f 500.000 werd afgeschreven, houders
van na te noemen obligaties de helft van hun vordering omzetten in
pref. aandeelen en door een groep f 600.000 5 pct. obligatiën 1924 werden
genomen, waarvan 1 Sept. 1933 nog f 450.000 uitstond. Op de hierna uit-
staande f 100.000 gewone- en f 460.500 preferente aandeelen, werd volgens
besluit van 17 Jan. 1934 resp. 90 en 80 pct. afgeschreven, zoodat het
geplaatst kapitaal thans bestaat uit f 10.000 gewone- en f 92.100
5 pct. pref. winstd. aandeelen groot resp. f 10 en f 20. Het geautoriseerde