OCR:ed block content:
Nederlandsche Lloyd (Stoomvaart Mpij.), te Rotterdam.
Opgericht 16 Sept. 1901. Do el: De vracht- en passagiersvaart in
den meest uitgebreiden zin en alles daarmede verband houdende daar-
onder begrepen het deelnemen in gelijksoortige ondernemingen. Kapi-
ta al f 5.000.000, waarvan voorloopig uitgegeven f 1.250.000, in aandee-
len, groot f 1000, waarvan 651 aandeelen ter inschrijving aangeboden à
pari op 24 Sept. 1901 bij de Deposito- & Administratiebank, de H.H. van
Nellesteyn & Co. en de Nationale Bank. Nadat de rechten op de „,Gelder-
land" (zie ,,Uit verslag 1918", deel I, jrg. 1920) tegen vergoeding waren afge-
staan, bezat de mpij. nog uitsluitend het s.s. „Dirksland", dat in 1930
met een boekwinst werd verkocht. In hetzelfde jaar heeft de mpij. 7 stoom-
schepen metende tezamen 45.440 T. D. W. à ca. f 45 per ton van de N.V.
Solleveld, van der Meer & T. H. van Hattum's Stoomvaart Mpij. aange-
kocht. In de tweede helft van 1931 werd de geheele
vloot opgelegd. In Febr. en Maart 1932 werden
weder drie schepen in de vaart gebracht. Winstver-
deeling: Eerst 4 pct. over het gestorte kapitaal; daarna 10 pct. reserve
(maximum 50 pct. van het gestorte kapitaal), 10 pct. commissarissen, 10 pct.
directie en het restant ter beschikking van de Algem. Verg. van aandeelhou-
ders. Commissarissen: W. van der Vorm, Mr. H. J. Knotten-
belt, Mr. J. van Hoboken en N. van der Vorm. Directeur: A. P.
van der Vorm. Dividend 1902-1905: nihil; 1906-1920: 3, 3, 3, 3, 4},
6, 9, 9, 9, 25, 4, 5, 5, 6 en 9 pct. ; 1921-1929 : 6, 6, 6, 6, 6, 6, 6, 5} en 6 pct.
(no. 28, 27 Juni 1930 bij de R. B. V.); 1930 en 1931: nihil.