OCR:ed block content:
De Nederlandsche Maatschappij voor Kunstmatige
Oesterteelt, voorheen onder de Firma C. L. de Meule-
meester & Co., te Yerseke. Opgericht 7 Juni 1890. Duur:
tot 1 Juni 1945. Doel: Het telen en kweeken van oesters, alsmede
de oesterhandel en alle daarmede in verband staande handels- en
industrieele verrichtingen. Als pacht aan den Staat betaalt de
Maatschappij 40 pct. van den bruto verkoop. Vóór 1 Juni 1925 was het
percentage 25. Directie: C. J. C. Verhaart. Commissarissen:
C. A. van Woelderen, Jos. van Hasselt, L. Testers, J. H. Ochtman en
D. L. H. van Raalte. Kapitaal thans f 230.000, verdeeld in aan-
deelen, elk groot f. 100, geheel geplaatst. Aanvankelijk groot f 2.300.000,
werd het in 1892 gereduceerd tot f 1.265.000, in 1900 tot f 575.000, in 1904 tot
f 437.000 en in 1925 tot f 230.000. Bij de kapitaalsreductie in 1892 werden
de aandeelen, vroeger f 1000, op f 550 gebracht, terwijl voor het afgeschre-
ven bedrag een winstaandeel van f 450 werd uitgereikt. In 1900 werd weder
een winstaandeel bij elk aandeel afgegeven, en werden de laatste verder
door afstempeling op f 250 teruggebracht. De toen uitgegeven winstaan-
deelen zijn, ter onderscheiding van de vroeger uitgegevene, gemerkt met
de letter A. Bij de kapitaalsreductie van 1904 werd op elk aandeel f 60 terug-
betaald, bij die van 1924, welke hoofdzakelijk diende voor afschrijving op
de onderneming, werden de aandeelen door afstempeling van f 190 op nom.
f 100 teruggebracht. Voor de laatste afstempeling moesten de stukken
9 Februari 1925 worden aangeboden, o.a. bij de Rotterdamsche Bankvereeni-
ging te A'dam. Sedert 10 Maart 1925 slechts leverbaar, indien van dit
stempel voorzien. Aandeelen groot f 100. De inschrijving was
opengesteld den 24 April 1890 à 100 pct. bij de H.H. Labouchere Oyens & Co.
en Burdet & Druyvenstein. Dividenden 1890/1-1917/18: 0, 0, 5, 0, 0,
0, 0, 0, 0, 0, 4.5, 5, 3, 5, 0, 5, 0, 0, 0, 3.684, 5, 5, 0, 4, 0, 0, 0 en 5 pct.
1918/19-1922/23: nihil; 1923/24-1928/29: 24, 7, 2}, 5, 9} en 2} pct. (no. 17,
15 Sept. 1929 bij de R. B. V.); 1929/30: nihil. Uitkeering win staandee-
len 1892/93: f 2.25 (no. 1); sedert: nihil. Op de winstaandeelen A van
1900 werd uitgekeerd: 1901/1902: f 5.35, 1903/1904: f 1.75, 1905/1906: f 2.50,
1910/11: f 15, 1911/12: f 10 (no. 5); sedert: nihil. Winstverdeeling:
Eerst 9} pct. aan aandeelhouders, daarna het restant, tot hoogstens
f 34.500 aan de winstaandeelen (A), die in 1900 zijn uitgegeven. Van
het dan nog resteerende komt hoogstens f 51.750 aan de winstbewijzen
van 1892 en van het overschot 10 pct. aan het reservefonds en daarna
73 pct. aan de directie, 7} pct. aan commissarissen, 65 pct. aan aan-
deelhouders, 10 pct. voor aflossing van winstaandeelen van 1900 en
10 pct. voor die van 1892; zijn deze van eene der categorieën afgelost, dan
komt het daarvoor bestemde aan aandeelhouders ten goede. Winstaan-
deelen van 1892. Deze zijn aflosbaar door uitloting met f 450 per
stuk, die van 1900 (niet officieel genoteerd) met f 300 per stuk.