OCR:ed block content:
Balata Compagnie Suriname, gevestigd te Rotterdam. O p-
gericht 30 December 1910. D o e 1: de exploitatie van balata en andere
boschproducten in Suriname. Inbreng: de in volle exploitatie zijnde
balata-onderneming, groot ca. 200.000 H.A., van de H.H. J. G. von Hemert
en Mr. H. Benjamins, inclusief winst 1910, tegen betaling van f 1.050.000
in aandeelen. Het concessierecht bedraagt 3 ct. per H.A., terwijl 15 ct. per
K.G. balata retributie aan het Gouvernement moet worden betaald. Begin
1911 verkreeg de mpij. door aankoop alle uitgegeven f 425.000 aandeelen van
de Balata Compagnie „Guyana", waarbij de verkoopers een netto winst
voor 1911 garandeerden ad f 150.000. Tevens verkreeg zij alle f 75.000 aan-
deelen in de werf „Soekibaka". In 1919 werd de koffie- en cacaoplantage
Suzanna's daal aangekocht en in 1928 met f 18.211 winst weder verkocht.
De grootte van den balata-aanplant is niet opgegeven. Kapitaal
f 1.400.000, waarvan thans geplaatst f 805.000, in aandeelen groot
f 700. Van 1911 tot 1923 was f 1.725.000 uitstaande in stukken groot f 1000,
geplaatst, volgens onder opgegeven emissies. Begin 1923 bleken de bedrijfs-
middelen te overvloedig, weshalve de gelegenheid werd opengesteld om
aandeelen ten verkoop aan te bieden. Als gevolg hiervan werden f 575.000
aandeelen à 80 pct. ingekocht en het kapitaal met een gelijk bedrag ver-
minderd. Het agio werd op de activa afgeschreven. Op 25 Juni 1925 werd
om dezelfde reden besloten het kapitaal nogmaals en wel met f 345.000 te
verminderen, ditmaal echter door de terugbetaling van f 300 op elk aandeel.
Nadat f 500.000 reeds geplaatst was, stond op 17 Januari 1911, ten kantore
der Rotterdamsche Bank, Determeijer Weslingh & Zoon en de Soc. Finan-
cière des Caoutchoucs de inschrijving open op f 800.000 aandeelen, toen
groot f 1000, à 100 pct. Voorts was op 7 April 1911, uitsluitend voor aan-
deelhouders, in de verhouding van 5 oude tot 1 nieuw, bij de-
zelfde emittenten de inschrijving opengesteld op f 260.000 aandeelen, tot
den koers van 140 pct., deelende in de winst over 1911. Deze vormden een
deel der f 425.000 aandeelen, in betaling gegeven voor de bovengenoemde
verkrijging der aandeelen Balata-Compagnie „Guyana“. De aandeelen,
sedert 9 October 1915 officieel genoteerd, zijn sedert 7 October 1925 slechts
leverbaar mits voorzien van het stempel vermeldende de terugbetaling van
f 300. Dividend 1911: 20 pct .; 1912-1914/15: nihil; 1915/16-1923/24:
5, 8, 8, 0, 0, 0, 0, 7 en 8 pct .; 1924/25-1928/29 : 22, 16, 0, 0 en 20 pct. (no. 12,
12 Juni 1930 bij de R. B. V.). Winstverdeeling: eerst 5 pct. aan
aandeelhouders, van het resteerende 10 pct. res.fonds, totdat dit 25 pct.
van 't geplaatst kapitaal heeft bereikt; (dit was na dodatie uit de winst van
1925/26 het geval); van het overblijvende: 80 pct. aand.hou'd., 5 pct. aan de
directie en 15 pct. aan commissarissen. Directeur: G. B. Overeynder.
Commissarissen: W. Friling, Alfr. Grisar, O. F. Weise, J. H. de
Granada en Mr. H. Benjamins.