OCR:ed block content:
Nederlandsch-Amerikaansche Rubber Plantage Maat-
schappij, (Dutch-American Rubber Plantation Company) te Amsterdam.
Opgericht: 14 Dec. 1925. Du ur: tot 31 Dec. 2000. Do el: verkrijgen
en exploiteeren van landbouwondernemingen in Ned. Indië (behalve in de
Res. Dickjakarta en Soerakarta), het planten, opkoopen, voor de markt
bereiden en verkoopen van producten, commissiehandel in landbouwpro-
ducten, het geven van voorschotten op die producten, verkrijgen, vervreem-
den en/of zelf exploiteeren van vergunningen en concessies voor mijnbouw.
Inbreng. Voor f 350.000 aandeelen werden ingebracht de perceelen Wai-
Horong, groot ca. 3579 bw., Tangkit Serdang groot ca. 2930 bw., Wai Semah
groot ca. 693 bw. en Waja groot ca. 3600 bw., totaal 10.802 bouws = ca.
7665 H.A. = ca. 18.940 Acres. Deze 4 concessies loopen alle 75 jaar, resp.
vanaf 1912, 1915, 1913 en 1920 en liggen in de Res. Lampongsche Districten,
Afd. Telok Betong, Zuid-Sumatra. Ulto 1927 besloeg de aanplant 1440 bws.,
waarvan 200 bws. met 400.000 oude koffieboomen, 400 bws. beplant in 1926/27
met 82.000 rubber- en 702.500 koffieboomen en 840 bws. beplant in 1927/28 met
137.980 rubber- en 1.292.020 koffieboomen. In Juli 1928 was bovendien
100 bw. plantklaar en 100 bw. bosch gekapt. Kapitaal f 6.000.000,
waarvan geplaatst f 1.350.000 in aandeelen groot f 1000.
Hiervan werd als boven vermeld f 350.000 voor den inbreng afgegeven.
Door Harvey Fisk & Sons, New York werden f 500.000 aandeelen overge-
nomen en in New York geëmitteerd in den vorm van certificaten,
groot $ 40 (= f 100), uitgegeven door de Guaranty Trust Company of
New York, Trustee Ned. Ind. Handelsbank. Op de resteerende f 500.000
aandeelen stond 22 Dec. 1925 bij Van der Werff en Hubrecht te Amsterdam
de inschrijving open à 100 pct. De aandeelen verkregen 22 Juni 1926
officieele noteering te Amsterdam. Prospectus in deel II 1926, pag. 92 der
prospecti. Er zijn 200 oprichtersbewijzen uitgegeven. Winst-
verdeeling: na afschrijvingen door het Bestuur te bepalen, eerst tot
6 pct. div. op de aandeelen. (Deze 6 pct. is cumulatief
wat betreft de jaren 1926 t/m. 1930. De aandeelhouders
worden er bij niet-uitkeering voor gecrediteerd). Van het overblijvende
komt: 10 pct. aan den directeur, 10 pct. aan commissarissen, 10 pct. aan
het reservefonds, 10 pct. aan houders van oprichtersbewijzen, waarvan 1/200
voor elk bewijs en 60 pct. aan aandeelhouders. Zoodra en zoolang de reserve
30 pct. van het geplaatst kapitaal bedraagt vervalt de 10 pct. voor dit
fonds aan aandeelhouders. Dividend 1926 en 1927 nihil. Directeur: