OCR:ed block content:
Banjoewangi Thee en Rubber Cultuur Maatschappij,
te 's Gravenhage. Opgericht 31 Mei 1911. Du u/r: tot 31 Dec. 1986.
Doel: het drijven, hoofdzakelijk van thee-, rubber- en koffiecultuur in
Ned .- Indië, behalve in de z.g. Vorstenlanden. Deelneming in ondernemin-
gen met gelijk doel is toegestaan. Inbreng: de koffie- en rubber-
ondernemingen Djatirono en Kali Kadjar Lor, te zamen groot 2032 bouws,
gelegen in 'de Residentie Besoeki, afdeeling Banjoewangi, werden inge-
bracht voor f 400.000 aandeelen en f 85.000 in geld. Geëxploiteerd worden
de ondernemingen : 10 Djatirono met 575 bouws rubber en 422 bouws
koffie-aanplant, waarvan 60 bw. koffieaanplant nog niet productief; 20.
Goenoeng Raoen met resp 413, 288 en 5 bws. thee-, koffie- en kina-
aanplant. Van den koffieaanplant is plm. 88 bouws nog niet productief.
De kina-aanplant is nog niet productief. In 'de 9 Maart 1926 opgerichte
N.V. Cult. Mpij. „Goenoeng Kendang“ met f 750.000 geplaatst kapftaal,
werd voor } deelgenomen. De storting werd voldaan uit de opbrengst van
f 112.500 gewone aandeelen, à 210 pct. geplaatst; zie onder kapitaal. De
nieuwe vennootschap begint met ontginning van terreinen voor theecul-
tuur in de Preanger Regentschappen. Kapitaal geautoriseerd
f 1 625.000, verdeeld in 500 6 pct. cumulatief preferente
winstdeelende aandeelen, groot f 1000, alle geplaatst en 1500
gewone aandeelen, groot f 750, waarvan geplaatst 1350 stuks =
nom. f 1.012.500. Aanvankelijk waren er alleen gewone aandeelen groot
f 1000. Op 'de 1200 stuks = f 1.200.000, die 31 Dec. 1918 uitstonden, werd
tot dekking van het verlies op dien datum en noodige afschrijvingen
25 pct. afgeschreven, waardoor de nominale waarde tot f 750 werd terug-
gebracht. In Juni 1926 werden 150 nieuwe gewone aandeelen (f 112.500)
ondershands à 210 pct. incl. div. 1926 uitgegeven, waarmede bovengenoemd
geplaatst bedrag was bereikt. De f 500.000 cum. pref. aandeelen werden
na bovenbedoelde kapitaalsreductie op 19 Maart 1919 à pari uitgegeven door
de Nederl. Indische Handelsbank. Zij werden 20 Mei 1919 in de officieele
noteering te Amsterdam opgenomen. Winstverdeeling: Na af-
schrijvingen en extra-reserveeringen, eerst 6 pct. cumulatief op de cum.
pref. aandeelen. Van de rest 4 pct. op de gew. aandeelen. Van wat daarna
overblijft 10 pct. aan het reservefonds totdat dit f 250.000 bedraagt. Het
restant wordt verdeeld als volgt: 74 pct. aan den directeur, 7} pct. aan
de commissarissen en 85 pct. aan aandeelhouders, en wel een gelijk per-
centage op elk aandeel van beide soorten. Dividenden verjaren na
5 jaar. (Het boekjaar sluit per 31 December). Dividend 1911-1918:
nihil. Gewone aandeelen 1919: 8 pct .; 1920-1922: nihil; 1923-1925:
9, 10 en 16 pct. (no. 4, 8 Juni 1926). Cum. pref. winstd. aandeelen 1919-
1925: 10, 0, 0, 18, 11, 12 en 18 pct. (no. 7). Directie: Mr. J. W. D.
Francken. Commissarissen: Jhr. G. S. Boreel (voorzitter), Mr.
P. Feenstra, H. de Vries, Odo van Vloten, Th. G. H. Stibbe en M Sanders.
Adres: Den Haag, Kneuterdijk 12-14.